Voorschriften voor onderweg

Onderweg moeten ook voorschriften worden gevolgd.

Vastzetten van lading

Als gevaarlijke stoffen worden vervoerd moet de lading zijn "gestuwd". Dit betekent dat verpakkingen moeten zijn vastgezet. Dit moet op zo'n manier dat verpakkingen niet kunnen omvallen, of dat er kans bestaat dat verpakkingen kunnen beschadigen of lek kunnen raken.

Bij het bewegen van de auto komen krachten vrij bij de lading. De maximale krachten die de lading kunnen veroorzaken bedragen ongeveer:

  • 80% van het ladinggewicht komt naar voren bij remmen.
  • 50% van het ladinggewicht komt naar achteren bij versnelling, bijvoorbeeld bij optrekken.
  • 50% van het ladinggewicht komt naar de zijkant, bijvoorbeeld bij richtingverandering, op- en afritten, uitwijkmanoeuvres, etc.

Met deze krachten moet een koerier rekening houden als hij de lading gaat vastzetten.

In principe mag lading niet worden gestapeld, behalve als de verpakkingen daarvoor geschikt zijn. In bepaalde gevallen kan stuwagemateriaal uitkomst bieden.

Verpakkingen mogen tijdens het vervoer niet worden geopend.

Tijdens het laden en het lossen van gevaarlijke stoffen mag niet gerookt worden.

Samenladen

Levensmiddelen, diervoeder en genotsmiddelen mogen niet naast, op, of onder giftige of infectueuze stoffen worden geladen, behalve als gebruik wordt gemaakt van:

  • scheidingswanden
  • neutrale lading
  • afstand van 80 cm (maat europallet)
  • gevaarlijke stoffen die zijn afgedekt.


Bebouwde kommen

Een koerier moet met gevaarlijke stoffen de bebouwde kom zoveel mogelijk mijden. Men mag alleen in de bebouwde kom komen als:

  • in de bebouwde kom moet worden geladen of gelost
  • er geen andere weg beschikbaar is.


Route gevaarlijke stoffen

Alleen in bijzondere gevallen is er sprake van een verplichting om een route gevaarlijke stoffen te volgen. Als gebruik wordt gemaakt van gelimiteerde hoeveelheden, of de 1000 punten tabel zijn de routeaanduidingen niet verplicht.

Als er een verplichte route is en men moet afwijken van deze route, moet bij de betreffende gemeente een routeontheffing worden aangevraagd.

Tunnels

In bepaalde gevallen is er sprake van een verbod om door een tunnel te rijden. Tunnelverboden gelden niet als er gebruik wordt gemaakt van gelimiteerde hoeveelheden, of de 1000 punten tabel. Op de vrachtbrief moet zijn aangegeven voor welke tunnels een verbod geldt.

Hieronder wordt een voorbeeld gegeven.

In de vrachtbrief is de code (D/E) gegeven. Alleen de 2e letter (de letter E) wordt gebruikt bij het stukgoed. Er geldt dus een verbod om door een categorie E tunnel heen te rijden. 


Weersomstandigheden: slecht zicht en gladheid

Als het zicht bij slecht weer minder is dan 50 m, of als het glad is op de weg, dan mogen geen gevaarlijke stoffen meer worden vervoerd boven de 1000 punten tabel.

Als er sprake is van gladheid die lang duurt, kan voor spoedeisende transport door de ILT (' 088 489 00 00) een ontheffing worden verleend.

Zoute veren

Een overtocht met een "zout veer" en een "veerpont" is aan voorwaarden verbonden. Niet alle gevaarlijke stoffen mogen met een zout veer of een veerpont mee. Wilt u met een zout veer of veerpont mee, dan kunt u zich in verbinding stellen met de veermaatschappij.



Weergaven
0 Totaal # weergaven
0 Leden weergaven
76 Openbare weergaven
Acties
0 Vind-ik-leuks
0 Vind-ik-niet-leuks
0 Opmerkingen
Delen op social netwerken
Koppeling delen
Delen via e-mail

Alstublieft in te loggen om dit te delen article via e-mail.